(c) 2007

Pantheïsme en Filosofie

Je zou kunnen beweren dat er in de geschiedenis van de Westerse filosofie een grote tweedeling te maken is.

In verschillende periodes heeft deze deling verschillende namen gekregen, en natuurlijk waren de problemen soms andere.

Maar vanaf Aristoteles en Plato, (of zelfs Heraclitus en Parmenides) kunnen we aan de ene kant een empirisme en aan de andere kant een rationalisme zien.

Aristoteles en de Angelsaksische filosofen vertrouwen op hun zintuigen om kentheoretische statements te doen,
terwijl Plato en veel continentale filosofen twijfelen aan de waarde van het waarnemingsaparaat en meer hebben met een intellectueel inzicht, waarbij vaak een realiteit wordt voorondersteld die buiten of boven onze dagelijkse realiteit ligt, of tenminste daaraan ontstijgt.

Bij Spinoza, waar je als pantheist niet omheen kunt, vallen de gewone waarneembare wereld en de metafysische samen.
God zit niet van buitenaf naar de werkelijkheid te kijken, maar er is maar ?en 'iets' wat niet uit iets anders voortkomt.

Latere filosofen zullen dan misschien het transcendente loslaten, maar er is er geen die zo duidelijk de oorzaak
van de mogelijkheid tot bestaan incorporeert in zijn wereldbeeld.




Reactie plaatsen uitgeschakeld ivm spam